 | Opdrachtgever: SCALA Periode: Taken:
|
Case: onderzoek Social Return On Investment (SROI) van de Koffie- en Themaochtenden (KTO's) van SCALA Hieronder kunt u meer inzicht krijgen in het onderzoek dat van Cleef Research & Consultancy heeft uitgevoerd voor SCALA: Inleiding De welzijnsinstelling SCALA is actief op verschillende prestatievelden van de WMO, waaronder met de activiteit Koffie- en ThemaOchtenden voor allochtone vrouwen. Tijdens deze wekelijkse ochtenden komen allochtone (voornamelijk Syrisch-Orthodoxe en Turkse) vrouwen bij elkaar op zeven verschillende plekken in Hengelo. Naast het gezellig samenzijn wordt er ook aandacht besteed aan het geven van informatie. Zo wordt elke vier weken een themabijeenkomst georganiseerd over een relevant onderwerp. De doelgroep van de KTO’s bestaat niet uit doorsnee allochtone vrouwen. Het zijn vrouwen die door in de persoon gelegen maatschappelijke en/of culturele factoren niet daadwerkelijk kunnen deelnemen aan de Hengelose samenleving. Deze vrouwen behoeven ondersteuning in het doorbreken van (dreigend) sociaal isolement. De doelen die met deze activiteit worden nagestreefd zijn: - Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning
- Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
- Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer
- Het vervullen van een brugfunctie tussen de leefwereld van de vrouwen en de Hengelose samenleving (maatschappelijke instellingen) door vrouwen uit de doelgroep te stimuleren maatschappelijk actief te worden en te inventariseren welke belemmeringen daarin een rol spelen door op wijkniveau
- Functioneren als een vindplaats voor maatschappelijke instellingen
- Vergroten van het sociale netwerk van de deelnemers
In de evaluatie van de Koffie- en ThemaOchtenden komen de resultaten van de KTO’s niet voldoende tot hun recht. Naar aanleiding van deze conclusie heeft de directeur van SCALA, Paul Roessen, Van Cleef Research & Consultancy opdracht gegeven voor een onderzoek naar de effecten van de KTO’s op de doelgroep. De vraagstelling van het onderzoek luidde als volgt: “Wat is het rendement van de Koffie– en ThemaOchtenden op zowel sociaal als economisch gebied?” Om tot een antwoord te komen op deze vraagstelling zijn twee KTO’s bijgewoond, vijf professionals van Scala en vijftien bezoekers, waaronder een voormalige bezoeker van de KTO’s, geïnterviewd. Er is gebruik gemaakt van half- en gedeeltelijk gestructureerde interviews en participerende observatie. Om het sociale rendement te meten is een aantal indicatoren opgesteld per toegepast onderwerp, zoals integratie. Voor het vaststellen van het economisch rendement is een tweetal instrumenten van de Social Return On Investment-analyse gebruikt. SROI is een methode waarmee toegevoegde waarde en winst van maatschappelijke organisaties in kaart kunnen worden gebracht. Hierdoor kunnen de resultaten van een sociale onderneming beter zichtbaar worden gemaakt. Het uitgangspunt van deze methodiek is het beoordelen van subsidies en (fonds)gelden aan sociaal-maatschappelijke projecten als investeringen. Vraagstelling, onderzoeksmethoden en -subjecten Om tot een antwoord te komen op de algemene vraagstelling is het van belang om concrete waarnemingsvragen te formuleren. Dit is gebeurd door deelvragen te formuleren, waarna onderzoeksvragen zijn opgesteld. Aan de hand van deze onderzoeksvragen zijn de waarnemingsvragen ontstaan. De deelvragen en voorbeelden van de onderzoeks- en waarnemingsvragen kunt u hieronder vinden: Deelvragen -
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de integratie van de deelnemers?
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de participatie van de deelnemers?
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de zelfredzaamheid van de deelnemers?
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de emancipatie van de deelnemers?
- In welke mate is er sprake van Social Return On Investment bij de KTO’s?
Onderzoeksvragen Enkele voorbeelden: o Welke invloed heeft het bezoeken van de KTO’s op het spreken van het Nederlands? o Welke invloed heeft het bezoeken van de KTO’s op de algemene kennis van de Nederlandse maatschappij? o Participeren de bezoekers meer in activiteiten door het bezoeken van de KTO’s? o Leren de bezoekers zelfstandiger te handelen door het bezoeken van de KTO’s? o Worden de kansen op de arbeidsmarkt vergroot door de deelname aan de KTO’s? o Worden er kosten bespaard doordat de subjecten deelnemen aan de KTO’s?
Waarnemingsvragen De waarnemingsvragen bestaan uit de vragen die zijn toegepast in de interviews met de professionals van SCALA en de bezoekers van de KTO’s. Enkele voorbeelden van vragen die aan de professionals zijn gesteld, zijn: - Heeft de deelname aan de KTO’s invloed op de beheersing van de Nederlandse taal? Zo ja, op welke manier?
- Stromen de deelnemers door naar andere activiteiten? Zo ja, welke?
- Zijn er belemmeringen in de ontwikkeling van de zelfredzaamheid van de deelnemers? Meerdere antwoorden zijn mogelijk:
-
- Nee
- Ja, gezinssituatie
- Ja, culturele achtergrond
- Ja, religieuze achtergrond
- Ja, sociale controle
- Ja, gebrek aan zelfvertrouwen
- Ja, financiële situatie
- Ja, gezondheidssituatie
- Ja, mobiliteit
- Ja, gebrek aan steun uit omgeving
- Ja, nl……
Een aantal voorbeelden van waarnemingsvragen aan de bezoekers van de KTO’s is: - Hoe vaak sprak u Nederlands voordat u aan de KTO’s deelnam, …. jaar/maanden geleden? Wanneer dit niet hetzelfde is hoe is de voor- of achteruitgang tot stand gekomen?
a. Minder dan nu b. Hetzelfde als nu c. Meer dan nu - Denkt u dat u door het bezoeken van de KTO’s (meer) activiteiten bent gaan ondernemen in uw vrije tijd? Waarom wel of niet?
- Vindt u dat mannen ook huishoudelijke taken zouden kunnen doen? Waarom wel of niet?
Dit onderzoek is een vorm van praktijkgericht onderzoek. Er wordt gezocht naar de oplossing voor een kennisprobleem. Het probleem ligt in dit geval in het ontbreken of niet voldoende transparant zijn van het sociaal en economisch rendement van de KTO’s. Wanneer de betreffende kennis duidelijker zichtbaar wordt zal dit in de praktijk haar voordelen opleveren. Scala zal hiermee haar resultaten zichtbaar kunnen maken en tegelijkertijd kan de subsidiënt beoordelen wat de investering zowel op sociaal als economisch gebied heeft opgebracht.
Methoden In dit onderzoek is methodische triangulatie toepast, wat inhoudt dat meerdere onderzoeksmethoden zijn toegepast. Er is namelijk gekozen voor zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden om een zo volledig mogelijk antwoord te kunnen geven op de vraagstelling. Slechts het toepassen van kwantitatieve methoden zouden de ideeën, opvattingen, belevingen en ervaringen van de professionals en de bezoekers van de KTO’s onvoldoende weer kunnen geven.De kwantitatieve methode die is toegepast is de Social Return on Investment-analyse. In deze analyse wordt getracht de sociaal-economische waarde van een maatschappelijke interventie te meten. De instrumenten die worden gebruikt zijn het aantonen van kosten en besparen door middel van een investering en de effectenkaart. Verderop zal de SROI-analyse worden behandeld. De kwalitatieve methodes van dit onderzoek zijn participerende observatie en het gedeeltelijk gestructureerd interviewen. Participerende observatie is een methode die veel wordt gebruikt in de antropologie. Vanuit de culturele antropologie wordt deze methode omschreven als een methode, waarbij de onderzoeker deel neemt aan de dagelijkse activiteiten, rituelen, interacties en gebeurtenissen van een groep mensen om zo de impliciete en expliciete aspecten van hun levens en cultuur te leren (DeWalt & Dewalt 2002:1). Deze methode is tijdens twee bezoeken aan een Turkse en een Syrische KTO toegepast. Door op deze manier deel te nemen aan een ochtend is er een beter beeld ontstaan van de activiteit.
De interviews met de professionals en de bezoekers zijn uitgevoerd aan de hand van een gedeeltelijk gestructureerd interview. Hierbij is gebruik gemaakt van een vragenlijst met gesloten vragen, een vaste formulering en volgorde. Naast de gesloten vragen zijn er ook multiple-choice vragen gesteld en is er ook een aantal open vragen aan bod gekomen. Om de betrouwbaarheid van het onderzoek te vergroten is er gekozen voor het opnemen van de interviews met een digitale recorder. Naast de gedeeltelijk gestructureerde interviews zijn er ook twee halfgestructureerde interviews gehouden. Theoretisch kader: SROI-analyse De Social Return on Investment-analyse is ontstaan in het westen van de Verenigde Staten. Deze methodiek is ontwikkeld in de jaren 1999-2002 door de Roberts Foundation en wordt steeds verder ontwikkeld. Het algemene doel hiervan is de opbrengsten van sociale ondernemingen op een bedrijfskundige manier zichtbaar maken. In het maatschappelijk ondernemen zijn drie vormen van waarde die gecreëerd worden, namelijk de economische, sociale en socio-economische waarde. In de SROI ligt de focus op het zichtbaar maken van de socio-economische waarde. Deze waarde betreft de economische waardebepaling door bepaalde elementen van de sociale waarde te kwantificeren en te monetariseren.
Het zichtbaar maken van de socio-economische waarde heeft onder andere tot doel meer waardering te krijgen voor het werk, waarmee investeerders gestimuleerd kunnen worden om te blijven investeren. Daarnaast geeft dit de investeerders ook meer inzicht in de resultaten van hun investering. In eerste instantie zal de SROI-analyse betrekking hebben op het zichtbaar maken van directe, aantoonbare kostenbesparingen of inkomsten die het gevolg zijn van de interventie van de maatschappelijke ondernemer. De methodes van de SROI-analyse hebben tot doel deze kostenbesparingen en inkomsten te meten. Een aantal voorbeelden van instrumenten die hiervoor kan worden toegepast is: balans en winst- en verliesrekening, Return on Investment en contante waardeberekening. Deze instrumenten worden in dit onderzoek niet toegepast. Er zal wel gebruikt worden gemaakt van de effectenkaart en het bepalen van kostenbesparingen en opbrengsten. Conclusies en aanbevelingen Conclusies:
-
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de integratie van de deelnemers?
- Voor een groot deel van de vrouwen hebben de KTO’s een positieve invloed op het spreken en verstaan van het Nederlands, de kennis van de Nederlandse en Hengelose maatschappij en het aantal contacten met autochtonen en/of mensen met een andere culturele of religieuze achtergrond. De meeste vrouwen zijn het erover eens dat er geen invloed is op het lezen en schrijven van het Nederlands.
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de participatie van de deelnemers?
- De KTO’s hebben de vrouwen gestimuleerd om meer deel te nemen aan activiteiten. Bijna alle vrouwen die vrijwilligerswerk doen, vinden dat de KTO’s hen hierbij heeft geholpen. Tevens hebben de KTO’s een positieve invloed op de activiteiten die de vrouwen ondernemen in hun vrije tijd. Als het gaat om de invloed op de kennis van politieke ontwikkelingen zijn de meningen verdeeld.
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de zelfredzaamheid van de deelnemers?
- Door de informatie van de KTO’s weten de meeste vrouwen hun weg te vinden naar (hulpverlenings) instellingen. Met de persoonlijke zelfredzaamheid van de vrouwen lijkt het goed gesteld te zijn. In de voorgelegde situaties zouden de meeste vrouwen eerst zelf een oplossing proberen te zoeken. De helft van de groep vindt dat het bezoeken van de KTO’s hun zelfvertrouwen heeft vergroot.
- Welke invloed heeft deelname aan de KTO’s op de emancipatie van de deelnemers?
- Als het gaat om de algehele denkwijze en opvatting van de vrouwen lijken de KTO’s hier geen invloed op te hebben. Daarnaast denkt slechts een klein deel van de vrouwen dat de KTO’s direct hun kansen op een betaalde baan vergroten.
- In welke mate is er sprake van Social Return On Investment bij de KTO’s?
- De vrouwen die de KTO’s bezoeken kunnen de overheid geld besparen. Met de overheid wordt dan de gemeente, de belastingdienst en de landelijke overheid bedoeld. De belangrijkste conclusie met betrekking tot de effectenkaart is dat de KTO’s een effect hebben op alle belanghebbenden. Het heeft niet alleen een positief effect op de ontwikkeling van de vrouwen, maar door deze activiteit kan zowel Scala als de gemeente haar doelstellingen omtrent allochtone vrouwen bereiken en kan zelfs de leefbaarheid in Hengelo worden verbeterd.
Algemene conclusie:de laatste, en misschien wel de belangrijkste, conclusie betreft het algehele nut van de KTO’s. Het blijkt namelijk dat de helft van de ondervraagde vrouwen thuis zou blijven als er geen KTO’s zouden zijn. Als vrouwen veel thuisblijven kunnen zij in een sociaal isolement raken. De doelstelling van Scala om vrouwen uit hun sociaal isolement te halen wordt dan ook gehaald. Het alleen al uit het huis krijgen van deze vrouwen is de eerste stap in de ontwikkeling van de integratie, participatie, zelfredzaamheid en emancipatie. Aanbevelingen: - Integratie:
Tijdens de ochtenden kan er meer tijd aan het Nederlands lezen en schrijven worden besteed. De vrouwen kunnen tijdens de ochtenden hierover les krijgen of zij kunnen actief worden doorgestuurd naar cursussen. De informatie over de Nederlandse en de Hengelose maatschappij, die tijdens de KTO´s wordt gegeven, moet worden gehandhaafd. Tevens moeten de begeleiders de vrouwen blijven stimuleren om mee te doen aan andere activiteiten en moeten de ochtenden blijven plaatsvinden in de buurthuizen. - Participatie:
De begeleiders zullen goed op de hoogte moeten blijven van alle relevante activiteiten en de bezoekers hiervan op de hoogte houden en stimuleren. - Zelfredzaamheid:
Om vrouwen te stimuleren zelfredzamer te worden er door de begeleiders geïnventariseerd moeten worden wie er meer taallessen zouden willen hebben. Taalbeheersing speelt een grote rol in het zelfvertrouwen. Het contact met de contactvrouw en de begeleider moet zeer open blijven, zodat vrouwen zich zodanig op hun gemak voelen om zaken uit hun privé-leven voor te leggen. De open, maar toch vertrouwelijke, sfeer zal moeten worden gewaarborgd. Er zal dan ook ruimte moeten blijven binnen de KTO’s waarbij de vrouwen gewoon hun verhaal kunnen doen. Deze aanbeveling heeft ook betrekking op de invloed van de KTO’s op de stress en eenzaamheid van de vrouwen. - Emancipatie:
Er is een discrepantie bestaat tussen de opvattingen en het gedrag van de vrouwen. Om hun opvattingen door te kunnen voeren in hun gedrag en dat van hun partners, zou een training over weerbaarheid een rol kunnen spelen. Het bespreekbaar maken en houden van dergelijke onderwerpen binnen de KTO’s is natuurlijk ook van belang. In de ontwikkeling van de emancipatie van de vrouwen speelt het hebben van een betaalde baan een grote rol. Op deze manier kunnen zij hun eigen economische zelfstandigheid creëren. De begeleiders kunnen inventariseren welke vrouwen behoefte hebben aan een betaalde baan en bekijken wat er binnen de KTO’s gedaan kan worden om hen hierin te helpen. SCALA zou hierbij bijvoorbeeld kunnen samenwerken met Sociale Zaken van de gemeente, het UWV en het CWI. - KTO’s algemeen:
De professionals hebben aangegeven dat de ontwikkeling van de vrouwen geregistreerd moet worden. Op deze manier kan er inzicht worden verkregen in de vooruitgang van het individu. Tevens zou er de vrouwen gevraagd moeten worden op welke gebieden zij zich verder willen ontwikkelen, waarop de begeleiders de themaochtenden en informatie kan aanpassen. - SROI-analyse:
In dit onderzoek naar de KTO’s is er een kleine stap gemaakt in de SROI-analyse. Om in de toekomst beter inzicht te kunnen krijgen in het economische rendement is de registratie van de ontwikkelingen van de vrouwen cruciaal.
|